Peuters1,5 tot 4,5 jaar 7 min lezen
Grove motoriek van je peuter: wat kan een kind van 2, 3 en 4 jaar?
Door Helga Verrijp, dansdocent in Zoetermeer

Het korte antwoord
De grove motoriek van je peuter groeit in stappen: met 2 jaar loopt ongeveer 9 op de 10 kinderen goed los, tussen 3 en 4 jaar leren kinderen springen en hinkelen, en met 4,5 jaar staat ongeveer 9 op de 10 kinderen minstens 5 seconden op één been. Die leeftijden zijn een grove oriëntatie, geen meetlat: het ene kind hinkelt al met 3 jaar, het andere een jaar later. Beweeg en dans veel samen, en vraag het consultatiebureau als je twijfelt.
Wat is grove motoriek bij een peuter?
Grove motoriek bij een peuter zijn de grote bewegingen met het hele lijf: lopen, rennen, klimmen, springen, schoppen en balanceren. Tussen 1,5 en 4 jaar gebeurt er veel. Je peuter gaat van wankele stapjes naar rennen, klauteren en op één been staan.
In dit artikel lees je per halfjaar wat je ongeveer kunt verwachten, met bij elke stap een dansoefening om samen te doen. Wil je eerst weten wat motoriek in het algemeen is en wat het verschil met fijne motoriek is? Lees dan Motoriek bij kinderen.
Hoe lees je de leeftijden in dit artikel?
De leeftijden komen uit het Van Wiechenonderzoek van het consultatiebureau, zoals beschreven in de JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling, en uit voorlichting van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Kenniscentrum Sport & Bewegen.
Bij Van Wiechen gaat het vaak om de P90: de leeftijd waarop ongeveer 9 van de 10 kinderen iets laten zien. De meeste kinderen kunnen het dus eerder, en 1 op de 10 pas later. Het is geen leeftijd waarop je kind iets 'moet' kunnen.
De richtlijn is daar zelf eerlijk over: het Van Wiechenonderzoek is onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd en de richtlijn wordt herzien. Gebruik de leeftijden dus als oriëntatie, niet als test. Of zoals Kenniscentrum Sport & Bewegen het zegt: 'Stimuleren mag, forceren niet.'
Van 1,5 tot 2 jaar: steeds steviger lopen
Los lopen is de mijlpaal met de grootste spreiding van allemaal. In een internationale WHO-studie met 816 kinderen lag de middelste leeftijd voor los lopen op 12 maanden, maar bij bijna alle kinderen viel het ergens tussen ongeveer 8 en 18 maanden. Bij het Van Wiechenonderzoek ligt de P90 voor 'loopt los' op 18 maanden, net als voor 'gooit een bal zonder om te vallen'.
Rond 1,5 jaar lopen dus vrijwel alle kinderen los, al is het vaak nog niet stevig. Goed los lopen volgt meestal in het halfjaar daarna.
Dansoefening: wiebelen en stoppen. Zet muziek op en loop samen door de kamer. Stopt de muziek, dan blijven jullie staan en wiebelen jullie alleen nog met je billen. Zo oefent je dreumes met starten, stoppen en stevig blijven staan.
Van 2 tot 2,5 jaar: rennen, hurken en grote en kleine stappen
Rond hun tweede jaar krijgen kinderen steeds meer controle over het lopen, schrijft het NJi. Ze leren stoppen en weer beginnen, kleine en grote stappen maken en steeds beter rennen. Sommige kinderen proberen al een beetje te hinkelen.
Bij Van Wiechen ligt de P90 voor 'loopt goed los' op 24 maanden, net als voor 'raapt vanuit hurkzit iets op'.
Dansoefening: muizenpasjes en reuzenstappen. Op snelle muziek trippel je met kleine muizenpasjes, op langzame muziek zet je grote reuzenstappen. Leg af en toe een 'appel' op de grond die je vanuit je hurken opraapt.
Van 2,5 tot 3 jaar: een bal wegschoppen
Je peuter wordt steeds zekerder op de been. Bij Van Wiechen ligt de leeftijd waarop ongeveer 93 procent van de kinderen 'een bal wegschopt' op 30 maanden. Schoppen vraagt dat je even op één been staat terwijl het andere been naar voren zwaait.
Dansoefening: blaadjes schoppen. Leg een paar proppen papier op de grond. Op de muziek dans je door het herfstbos en schop je de 'blaadjes' weg. Houd een hand vast als je peuter nog wiebelt.
Van 3 tot 4 jaar: klimmen, springen en hinkelen
Klimmen en klauteren gaat vanaf een jaar of drie steeds makkelijker, volgens het NJi. Kinderen van 3 tot 4 jaar leren vaardigheden als springen, hinkelen en schommelen, schrijft Kenniscentrum Sport & Bewegen. De volgorde is vaak gelijk, maar het tempo niet: het ene kind hinkelt al met 3 jaar, het andere een jaar later.
Bij Van Wiechen ligt de P90 voor 'loopt soepel' op 36 maanden.
Dansoefening: kikkers en flamingo's. Op springerige muziek ben je een kikker die met twee voeten tegelijk springt. Op rustige muziek word je een flamingo die op één been staat. Hoe lang lukt dat? Probeer daarna het andere been.
Vanaf 4 jaar: evenwicht en op één been staan
Rond hun vierde jaar krijgen kinderen steeds beter evenwicht, schrijft het NJi. Bij het Van Wiechenonderzoek ligt de P90 voor 'kan minstens 5 seconden op één been staan' op 54 maanden, dus 4,5 jaar.
Dansoefening: standbeeld op één been. Dans vrij en bevries op één been als de muziek stopt. Tel samen hardop tot vijf. Lukt het? Probeer het dan met je armen wijd als een vliegtuig.
Meer oefeningen voor deze leeftijd vind je in Motoriek van je kleuter stimuleren: 10 beweegoefeningen op muziek.
Hoe stimuleer je de grove motoriek van je peuter?
Het belangrijkste is veel en gevarieerd bewegen. Het NJi adviseert jonge kinderen minimaal 3 uur per dag te laten bewegen, verspreid over de dag, en samen beweegspelletjes te doen.
Onderzoek wijst erop dat af en toe gericht oefenen daarbij helpt. Een overzicht van studies bij kinderen vond dat kinderen in begeleide beweegprogramma's vooruitgingen in vaardigheden als rennen, springen en gooien, terwijl kinderen die alleen vrij speelden nauwelijks vooruitgingen. De onderzoekers keken wel niet naar de kwaliteit van de studies, en niet naar wat er op langere termijn overbleef. Vrij spelen blijft dus belangrijk, met daarnaast af en toe een spelletje of les waarin je gericht iets oefent. Een paar ideeën:
- Ga elke dag naar buiten. Rennen, klimmen en klauteren gaan daar bijna vanzelf.
- Kies elke week één dansoefening uit dit artikel die past bij wat je peuter nu kan.
- Doe spelletjes met stoppen en starten. Ideeën vind je in Dansen met je peuter: 10 dansspelletjes.
- Laat je peuter zelf de trap op en af lopen, met jou ernaast.
- Prijs het proberen, niet alleen het resultaat.
Wanneer vraag je advies?
Het consultatiebureau volgt de motoriek van je kind met het Van Wiechenonderzoek. Rond 5 à 6 jaar wordt bij alle kinderen ook de motoriek bepaald met de Baecke Fassaert Motoriek Test. Je hoeft dus niet zelf alles bij te houden.
Maak je je zorgen, bijvoorbeeld omdat je kind een vaardigheid ruim na de leeftijden in dit artikel nog niet laat zien? Of heb je gewoon een onderbuikgevoel? Bespreek het dan met het consultatiebureau, de jeugdarts of je huisarts. Zij kunnen meekijken en zo nodig doorverwijzen, bijvoorbeeld naar een kinderfysiotherapeut. Een dansles is leuk en gezond, maar geen behandeling.
Geen zorgen, wel zin om samen te bewegen? In Zoetermeer dans je vanaf 1,5 jaar samen met je kind bij dreumes- en peuterdans met (groot)ouder, en vanaf 2,5 jaar kan je peuter naar peuterdans.
Vragen van ouders
Wat zijn voorbeelden van grove motoriek bij een peuter?
Lopen, rennen, klimmen, springen, een bal gooien en wegschoppen, hurken en weer opstaan, en op één been staan. Het zijn allemaal bewegingen met het hele lijf. Fijne motoriek gaat juist over kleine bewegingen met handen en vingers.
Wat moet een peuter van 2 jaar motorisch kunnen?
Er is geen 'moet'. Bij het Van Wiechenonderzoek loopt ongeveer 9 op de 10 kinderen met 24 maanden goed los en raapt het vanuit hurkzit iets op. Volgens het NJi leren kinderen rond hun tweede jaar ook stoppen en starten en beter rennen. Elk kind heeft een eigen tempo.
Wanneer kan een peuter op één been staan?
Dat groeit langzaam. Rond 4 jaar krijgen kinderen volgens het NJi steeds beter evenwicht. Bij het Van Wiechenonderzoek kan ongeveer 9 op de 10 kinderen met 4,5 jaar minstens 5 seconden op één been staan.
Wanneer leert een kind hinkelen?
Meestal tussen 3 en 4 jaar, maar de spreiding is groot. Volgens Kenniscentrum Sport & Bewegen hinkelt het ene kind al met 3 jaar en het andere een jaar later. Sommige kinderen proberen het rond hun tweede al een beetje.
Moet ik naar een kinderfysiotherapeut als mijn peuter achterloopt?
Begin bij het consultatiebureau of de huisarts. Zij volgen de motoriek van je kind en kunnen zo nodig doorverwijzen. Volgens het NJi ontwikkelt elk kind zich op een eigen snelheid, en is eerder of later vaak gewoon normaal.
Bronnen
- JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling (volledige richtlijn, par. 2.1 en bijlage 8.7). Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) / JGZ-richtlijnen, 2019.
- Peuter | Motorische ontwikkeling | Nieuwe bewegingen leren. Nederlands Jeugdinstituut (NJi), z.j. (geraadpleegd 2026).
- Motorische ontwikkeling van 3 tot 4 jaar. Kenniscentrum Sport & Bewegen / Allesoversport.nl (Beck, Vervoort, Van Brussel-Visser), 2021.
- Baby | Motorische ontwikkeling: bewegen. Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2025.
- Getting the fundamentals of movement: a meta-analysis of the effectiveness of motor skill interventions in children (Child: Care, Health and Development 38(3)). Logan, S.W., Robinson, L.E., Wilson, A.E., Lucas, W.A., 2012.
- Factsheet JGZ-richtlijn Motorische ontwikkeling (2019). Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) / JGZ-richtlijnen, 2019.


